Het gedrag

Vroeger , in de tijd van de paalwoningen, had men ook honden, maar vanwege de beperkte ruimte waren deze honden klein.
Toen men de paalwoningen had verlaten, en van de landbouw moest leven, werd een heel andere selectie toegepast, want de honden moesten waken, drijven, hoeden , maar ook andere werkzaamheden verrichten zoals het trekken van een kar.
Men moest een echte boerenhond hebben, en geen hond met een jachtinstinct.
Kunt u zich dit voorstellen , een hond voor de kar die achter de konijnen aangaat?
Men had maar een zeer karig bestaan, en honden die niet goed konden werken werden opgegeten.
Dus zo werd er geselecteerd.
De echte Dürrbachler is door zijn eigenschappen en zijn karakter het beste ras wat zich in het Zwitserse boerenbedrijf aanpaste.

Volgens maatstaven van een boer is een hond goed, wanneer hij waaks en scherp is zonder dat hij bijt.
Als hij mee gaat moet hij aan de voet volgen, bij de wagen tussen de wielen lopen en niet door de akkers gaan.
In geval van nood moet hij de baas verdedigen, hij moet de voorwerpen van de baas die hij achterlaat bewaken, 
Hij mag niet stropen, katten en pluimvee moeten met rust worden gelaten en hij mag niet van huis weglopen.
In de bergstreken waardeert men vooral de eigenschappen van het hoeden en drijven van vee, in de dalen daarentegen heeft men meer aan een hond die geschikt is als trekhond.
De meeste Berner sennenhonden voldoen aan al deze punten, zonder dat men het speciaal moet aanleren.
Vooral waakzaam en volgen aan de voet voelen de Berners als hun plicht.
Dit komt alles door maar te selecteren op deze eigenschappen, zodat dit erfelijk is vastgelegd.
Tot aan het eind van de tweede wereldoorlog is het met de Berner sennenhond bergaf gegaan en er was zelfs sprake van moeizaam overleven.
Het toenmalige bestuur in Zwitserland besefte dit maar al te goed, want met maar weinig honden kon amper een verantwoorde fok worden gedreven.
Het ras moest worden gepropageerd, en er werden aan verschillende boeren gevraagd een Berner Sennenhond te nemen om daar zoveel mogelijk mee te fokken, dit had succes.
In 1948 kwam een bestuurslid met een voorstel tot het invoeren van een keuring.
In 1951 ontwerpt men een puntensysteem, wat later in Nederland bij de aankeuringen ook werd gehanteerd.
In 1955 werd besloten tot een verplichte nestcontrole.
Alle puppy's die niet aan de rasstandaard voldeden werden afgemaakt, toen werd uitsluitend naar de aftekening gekeken. 
In de jaren '50 kwam het karakter ter discussie. Steeds meer mensen, dus niet alleen de boeren namen een Berner sennenhond, en omdat de selectie op gebruikskwaliteiten verdween, kregen ze steeds meer problemen.

Het aantal schuwe exemplaren werd groter, ook werden ze instabiler en onberekenbaarder. Dit deed zich ook in de omringende landen voor. In 1962 werd door de vereniging besloten om een vrijwillige gedragsbeoordeling, en in1963 werd dit besluit gewijzigd in een verplichte gedragsbeoordeling. Honden die deze test niet doorstonden, werden uitgesloten voor de fok.

De problemen die in het begin van de jaren '70 ontstonden in Nederland, werden heel anders aangepakt dan in Zwitserland. Omdat er veel slechte honden werden ingeschreven in het NHSB, ja zelfs ook honden die werden afgewezen voor het gedrag in Zwitserland, en hier toch voor de fok werden ingezet, kwamen er veel meldingen over abnormaal gedrag. Naast onberekenbaarheid, schuwheid en angst, werd nu ook melding gemaakt van agressie tegenover huisgenoten. Het bestuur van de Nederlandse Sennenhondenclub nam geen halve maatregelen en in 1971 werd er een enquête gehouden onder ca.1000 Berner bezitters of ex-Bernerbezitters over het gedrag van de Berners die sinds 1948 zijn gefokt of geïmporteerd waren. Deze gegevens werden verwerkt en gerapporteerd aan Raad van Beheer. Deze besloot op de vergadering van 14 oktober 1972 tot maatregelen over te gaan. Er werd een commissie in het leven geroepen, die de gedragsproblemen van rashonden gingen bestuderen, de commissie A. Voorts werd er besloten dat er slechts stambomen werden afgegeven bij Berner Sennenhonden , indien beide ouders door de commissie A als fokdieren werden toegelaten. Ook werd er op de stambomen een stempel gezet met een tekst die de eigenaren op de hoogte moest stellen om te vÓÓrkomen van abnormale agressie bij de Berner Sennenhond. Ook werd de pers erop gezet in het najaar 1972. Het bestaan van de Berner sennenhond leek verleden tijd.Opvallend was dat er in de commissie A geen enkele kenner van het Berner Sennenhondenras zat, en er na 1,5 jaar maar drie reuen en vijf teven werden toegelaten voor de fok, en deze acht vormden in het geheel geen basis voor de nieuwe opbouw van het ras.. In Zwitserland werd het gedrag beoordeeld door fokkers en keurmeesters uit het boerenbedrijf, en zij ervoeren dagelijk niet anders. Op 1 Januari 1975 werd het fokverbod opgeheven en in het voorjaar werd de Zwitserse aankeuring naar Nederland gehaald. Op 26 April 1975 keurde dhr.Iseli en Trachsel, resp.voorzitter en vice-voorzitter van de fokcommissie van de Zwitserse vereniging en deze heren stonden bekend als de beste kenners van het ras. Het succes wasdusdanig en in het zelfde jaar werd er nog een tweede aankeuring georganiseerd. Er was wel degelijk een basis voor de fok in Nederland, en deze aankeuringen worden nou nog toegepast.

Helaas wordt er te weinig gebruik van gemaakt, en op dit moment worden er maar 25% van alle Berner Sennenpuppy's geboren , waarvan beide ouders zijn goedgekeurd. De Berners worden bijna niet meer ingezet om te werken. Er worden nu hele andere eisen gesteld: Ze hebben nu meer sociale contacten, er is meer lawaai,, meer snelheid, een hogere levenstempo dan in het begin van de eeuw.

Het streven is een aanhankelijke hond, die wantrouwig is tegenover vreemden, maar vervolgens zelfverzekerd optreedt. Hij moet attent reageren op alle mogelijke gebeurtenissen, zowel optische als akoestische. Hij mag schrikken, maar moet zich onmiddelijk herstellen. Hij moet evenwichtig zijn, moedig en in bedreigde situatie's bereid zijn om aan te vallen, en schotvast zijn. ook moet hij levendig zijn en uitermate vriendelijk bij bekende.

Van kinderen houdt hij in het bijzonder, en als we dit alles kunnen bereiken met het fokken van de Berner Sennenhond, dan ziet het er goed uit wat het karakter betreft.