De gezondheid

Minstens net zo belangrijk als het karakter en het exterieur is de gezondheid van een Berner.
Elk ras heeft zijn specifieke problemen, en dat is bij de Berner sennenhond niet anders.
Als men bedenkt dat de geboortegewichten ca. 500 gram zijn, en ze met 8 weken ca. 8 kg. wegen, en ze met ca.9 maanden hun hoogte bereikt hebben, dan ziet men dat ze enorm snel groeien.
Vooral in deze periode is het heel belangrijk om hem in een goed milieu te laten opgroeien, dat wil zeggen: een goede voeding, geen overgewicht, gecontroleerde beweging, geen overbelasting, geen gladde ondergrond enz.
Deze periode is ook zeer belangrijk voor de gewrichten, zoals het heupgewricht en de ellebogen, waar dit ras toch wel gevoelig voor is.
Zoals men weet speelt erfelijkheid hierin ook een belangrijke rol, en een goede fokker laat bij de ouderdieren een onderzoek plaatsvinden.
Dit onderzoek bestaat uit röntgenfoto's maken van de heupen en van de ellebogen .
Deze foto's worden door een officieel instituut beoordeeld, en als de uitslagen binnen de normen vallen, zijn deze ouderdieren wat deze onderdelen betreft, goed om mee te kunnen fokken. 
Maar als men binnen de nederlandse vereniging "Vereniging de Berner sennenhond" wil fokken , dan moeten ze ook nog goedgekeurd zijn voor exterieur en karakter.
Laat ons eerlijk zijn, dit is toch het minste wat we kunnen doen, voordat we een nestje Berners fokken.
Ik wil het eigelijk heel eenvoudig houden, omdat er wat de gezondheid betreft uiteenlopende mogelijkheden zijn van bijv. virus-infectie's tot kanker toe.

Vaak worden puppy's geboren met een enkele of zelfs met een dubbele wolfsklauw, dit is eigelijk de vijfde teen aan de achtervoeten, die moeten na 2 dagen verwijderd worden.
Dit mag niet eerder gebeuren, omdat er nog te weinig bloedstolling is.
Na ca. 10 dagen worden puppy's voor het eerst ontwormd , en dit gebeurd nog verschillende keren in het nest, dan met 3 maanden, dan met 6 maanden en dan iedere keer herhalen om de 6 maanden.
Met ca. 6 weken krijgen de puppy's voor het eerst een enting tegen de hondenziekte en parvo.
Met 9 weken krijgen ze nogmaals een enting tegen parvo en leptospirose ( ziekte van Weil ), verschillende dierenartsen herhalen deze nog eens na 4 weken en dan tussen 12-16 weken de cocktailspuit, dit is een combinatie tussen parvo, hondenziekte, leverziekte, ziekte van Weil en para-influenza (kennelhoest).
Deze wordt jaarlijks herhaald, en als men naar het buitenland reist met de hond, dan dient deze ook nog een enting te krijgen tegen Rabies oftewel hondsdolheid.
Ook dienen de oren gecontroleerd te worden, of deze goed schoon zijn, en ga nooit met een wattenstaafje in het oor.
Indien de ogen licht ontstoken zijn ( een beetje pus), dan kan men deze schoonmaken met wat afgekookt (afkoelen) water met een schoon doekje wat niet pluist. Zijn de ogen behoorlijk ontstoken ga dan naar de dierenarts.
Het gebit moet ook bijtijds worden nagekeken, en worden schoongehouden, zodat er geen tandsteen op zit, dit kan men voorkomen door regelmatig de tanden te poetsen met een tandenborstel. Het kan wel eens voorkomen dat er bij het wisselen van tanden dubbele tanden staan, laat dit niet te lang duren, want anders moet men ermee na de dierenarts gaan.
Bij reuen moet men de voorhuid schoonhouden, dit kan met een voorhuidscleaner.
Bij teven dient men de vagina te controleren, en erop letten dat er geen vieze uitscheiding is (bijv. baarmoederontsteking ) .
Men dient de hond regelmatig te kammen, en er op letten dat er geen bijzonderheden zijn, bijv. op vlooien en teken, indien deze wel aanwezig zijn dan dienen deze te worden verwijderd.
Als de hond vlooien heeft, dan niet alleen de hond behandelen, maar ook het huis of slaapplaats. Teken kan men verwijderen met bijv. een speciale tekentangetje.
Er zijn best wel verschillende teken besmet met de ziekte van Lyme, die op de mens en hond overgebracht kan worden.
Verder wil ik nog schrijven dat een hond NOOIT chocolade mag hebben, en de lichaamstemperatuur van een hond 1 graad hoger licht dan bij de mens. (38-38,5)