De geschiedenis

De Berner sennenhond is een boerenhond van oude herkomst, die in het voor- Alpengebied en delen van het binnenland in de omgeving van Bern als waak-, trek- en drijfhond gehouden werd.
Naar het gehucht en de herberg Dürrbach bij Riggesberg, waar deze langharige, driekleurige erfhond bijzonder veel voor kwam, kreeg hij zijn oorspronkelijke naam: Dürrbächler.
Voorheen hadden ze geen vaste naam en waren er diverse aanduidingen in omloop.
Men sprak van "Blässli, wanneer het om honden gingmet een fraaie bles op het voorhoofd, wanneer het wit nagenoeg ontbrak , sprak men van "Bärri", en wanneer het wit zich had uitgebreid tot een ring rondom de kop
noemde men hem "Ringgi". De vieräugler werd hij ook wel eens genoemd vanwege de geelbruine vlekken boven de ogen.
Ook sprak men in het Emmental vaak over "Gelbbäckler, waarmee de opvallend veel geelbruine kleur van de wangen werd aangeduid.
Als men nu een nestje fokt, kan het nog wel eens voorkomen, dat er puppy's geboren worden met witte nekvlekken , of zelfs halve of hele halsringen.
Ook komt het voor dat een puppy heel weinig witte (snuit)aftekening heeft.

Toen in het midden van de 19e eeuw in Zwitserland de hondensport begon te ontwikkelen en de Zwitsers meer belangstelling kregen voor de Sint Bernhard als het nationale ras, zag men in het gebied van Emmental rond 1870 bijna geen Ringgli, Blässli of Bärri's meer.
Dank zij de inspanningen van ondermeer de legendarische wijnhandelaar Franz Schertenleib uit Burgdorf , is het ras behouden gebleven.
Hij ging in 1892 opzoek naar de "Gelbbäckler"in het Dürrbachgebied en slaagde daar in.
Met paard en wagen stroopte de wijnhandelaar alle jaarmarkten en Käsereien af.
Hij kwam in de meest onherbergzame en geïsoleerde streken, niet alleen om zaken te doen, maar ook om honden op te sporen.
Alles wat rastypisch leek, kocht Schertenleib, waarmee hij het materiaal verschafte waarmee later systematisch gefokt kon worden.
Er bleken nog meer van deze honden te zijn, dan men vermoede.
De belangstelling was gewekt, en de wederopbouw kon beginnen.
In 1904 verschenen op de internationale hondententoonstelling in Bern 7 Dürrbachler, deze prachtige driekleurige honden trokken sterk de aandacht, en werd door de kynologie veroverd.
Na de show te Luzern in 1907 werd door enkele hondenfokkers de Schweizerische Dürrbachclub opgericht.
In 1908 werd op voorstel van professor dr.Albert Heim de naam van de club, en tevens ook van het ras veranderd in de naam : Berner Sennenhund Klub.
Deze naam werd gegeven omdat kanton Bern de oorsprong was van dit ras.
De kleine omgeving van Dürrbach was slechts het laatste toevluchtsoord voor deze honden geweest.
Senne is de Alpenherder, die eeuwenlang van de diensten van het ras heeft geprofiteerd.
Op 24 april 1910 werd een "Spezialschau für Berner Sennenhunde"te Burgdorf gehouden om indruk te krijgen van het voorhande zijnde fokmateriaal.
Er verschenen 107 honden, waarvan men driekwart als fokdier kon gebruiken, een bemoedigende zaak.
Op een show in 1908 werd ook een kortharige Berner sennenhond uitgebracht, maar Heim die deze show keurde besliste anders en zij dat deze hond in een andere keurklasse thuis hoort: het was een exemplaar van de bijna geheel uitgestorven slagershond en in 1912 werd er een club voor de Grote Zwitserse Sennenhond opgericht.
Dit ras is iets groter dan de Berner Sennenhond.
Zo is er ook nog de Appenzeller Sennenhond en de Entlebucher Sennenhond .
De Berner was in Nederland in de 17e eeuw al geen onbekende, zo is hij te zien op een schilderij van Paulus Potter "Herders met hun vee" gedateerd uit 1651.

In de twintiger jaren van de vorige eeuw deed de Berner zijn herintrede in Nederland.
In 1937werd de Nederlandse Sennenhondenclub opgericht.
Rond 1970 werden er veel meldingen gemaakt van abnormaal gedrag. (zie gedrag)
Naast onberekenbaarheid, schuwheid en angst, werd ook melding gemaakt van agressie tegenover huisgenoten.
Raad van Beheer greep in , en besloot op de vergadering van 14 oktober 1972 tot maatregelen ten aanzien van de fok van de Berner Sennenhond in Nederland.
In 1975 heeft de Raad van Beheer deze maatregelen opgeheven.
In deze periode hadden verschillende mensen uit onvrede van de bestaande rasvereniging een nieuwe vereniging opgericht: de Speciale Klub voor Berner Sennenhonden.
De moeilijkheden tussen deze twee rasverenigingen werd onder leiding van Raad van Beheer na langdurige 
onderhandelingen opgelost en in 1978 werden deze twee samengevoegd tot een nieuwe vereniging.
De oprichtingsdatum was 27 juni 1978 en kreeg de naam zo als de vereniging nu nog heet: Vereniging de Berner Sennenhond. 
Deze vereniging bestaat uit ca. 2000 leden, en ongeveer 25 % van de Bernerpuppy's in Nederland wordt gefokt volgens de richtlijnen van onze Vereniging de Berner Sennenhond. (zie fokken)